Zuivelvet verkleint mogelijk kans op hart- en vaatziekten

Aan de hand van een combinatie van vetzuren in het bloed is aan te tonen hoe groot de inname van zuivelvet is van mensen. Dat ontdekte Ilse Pranger in haar promotieonderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Uit haar onderzoek blijkt ook dat consumptie van zuivelvet mogelijk de kans op hart- en vaatziekten verkleint bij mensen met een algemeen goede gezondheid.

De afgelopen jaren is zuivel vaak in een kwaad daglicht gekomen, en zijn er talloze (negatieve) gezondheidseffecten gekoppeld aan het nuttigen van zuivel. Maar het meten van het precieze effect van zuivel blijkt nog niet zo makkelijk, want er was geen betrouwbare methode om te zien hoeveel zuivelvet iemand binnenkrijgt en hoeveel daarvan in het bloed belandt.

Hart- en vaatziekten

Ilse Pranger zocht naar vetzuren (biomarkers) die gebruikt kunnen worden om de inname van zuivelvet te meten. Uit haar onderzoek bleek dat een combinatie van vetzuren: met name de verzadigde vetzuren C14:0 en C15:0) en de onverzadigde vetzuren Trans-C18:1(n-7) en CLA, geschikt zijn om de inname van zuivelvet te meten. Met de gevonden combinatie onderzocht Pranger de relatie tussen de inname van zuivelvet en gezondheid bij mensen met een algemeen goede gezondheid. Hieruit bleek dat zuivelvet het risico op het krijgen van hart- en vaatziekten mogelijk vermindert.

Reacties zijn gesloten.