Boerderijzuivelsector heeft behoefte aan hoger opgeleide mbo’ers

Boerderijzuivelbereiders hebben in de komende jaren een toenemende behoefte aan werknemers met mbo-niveau 3 en 4. Momenteel sluiten de mbo-opleidingen onvoldoende aan op de (toekomstige) arbeidsbehoefte van boerderijzuivel­bedrijven. Voor een betere aansluiting is er volgens de ondernemers meer samenwerking nodig met de scholen.

Dit blijkt uit een onderzoek dat afgelopen mei is uitgevoerd onder boerderijzuivelbereiders (en andere bedrijven in de kaassector) door het bureau KnowWhy in Bleskensgraaf in opdracht van Groene Hart Werkt!, en is medegefinancierd door de provincie Zuid-Holland. Het onderzoek bestond uit een literatuurstudie, interviews en een enquête. Boerderijzuivelbereiders in het hele land konden de enquête invullen.

Verschuiving

Van de medewerkers op kaas- en zuivelboerderijen heeft momenteel ongeveer 40 procent een opleiding gedaan op mbo-niveau 1 en 2, en een vrijwel even grote groep deed een opleiding op het hogere mbo-niveau 3 en 4. Hierin zal een verschuiving plaatsvinden, zo komt uit de enquête naar voren. Over vijf jaar denken de ondernemers meer medewerkers nodig te hebben met mbo-niveau 3 (vakopleiding) en 4 (middenkaderopleiding). Dan zal 52 procent van de medewerkers dat hogere mbo-niveau (moeten) hebben en 32 procent niveau 1 en 2. Projectleider Marieke Kok van KnowWhy: “De verschuiving heeft te maken met onder andere de komst van nieuwe technologie op boerderijzuivelbedrijven, die om specifieke kennis en vaardigheden vraagt van medewerkers.”

Hiaat

Op dit moment ervaren ondernemers een hiaat tussen opleiding en arbeidsmarkt, blijkt uit de enquête. Ze vinden de theoretische basis van opleidingen over het algemeen voldoende, maar het ontbreekt aan praktijkkennis en inhoudelijke vakkennis. De benodigde vakkennis verandert voortdurend mee met de veranderende arbeidsmarkt. Daarnaast zijn bedrijven op zoek naar maatwerk.
Ondernemers erkennen dat zij een rol hebben in het dichten van de kloof tussen opleiding en arbeidsbehoefte en de meesten zijn bereid hierin te investeren, bijvoorbeeld door het aanbieden van stageplekken. Verder vinden ze dat er een betere samenwerking nodig is met de scholen; de ondernemers verwachten hierbij meer initiatief van de scholen.

Keuzevakken

Een van de aanbevelingen van KnowWhy is om studenten keuzevakken en/of modules – bijvoorbeeld het keuzevak ‘kaasbereiding’ – aan te bieden die inhoudelijk voortdurend afgestemd worden met de praktijk: de bedrijven in de kaas- en zuivelsector. Een voorwaarde daarvoor is dat scholen en bedrijven intensiever gaan samenwerken en optrekken als partners.
Ook zou het goed zijn als scholen en de kaassector samen gaan werken aan de bekendheid en het imago van de sector. “Nu is dat imago voor studenten niet aantrekkelijk genoeg om te kiezen voor een carrière in kaas”, vertelt Kok.

Elkaar kennen

KnowWhy zal het uitgebreide onderzoeksrapport na de zomer officieel presenteren aan Groene Hart Werkt! Deze organisatie kan dan concreet invulling gaan geven aan de aanbevelingen.
Marieke Kok wil graag bijdragen aan het opzetten van een netwerk van mensen uit het onderwijs en de kaas- en zuivelbranche. “Het is belangrijk dat mensen elkaar kennen en weten wat ze elkaar kunnen bieden.” Geïnteresseerden in deelname aan het netwerk kunnen contact opnemen met Kok via marieke@knowwhy.nl.

Het hele artikel ‘Behoefte aan hoger opgeleide mbo’ers’ staat in De Zelfkazer die op 10 augustus verschijnt.

Reacties zijn gesloten.